21:36:43 donderdag, 21 november 2019

Hoewel Gran Canaria onder Spaanse autoriteit staat, heeft het een eigen bestuur en een speciale status binnen de Europese gemeenschap. Koning Juan Carlos I en Koningin Sofia vertegenwoordigen de Spaanse monarchie; hun zoon Prins Felipe is de troonopvolger.

Zelfs voordat de Canarische eilanden in 1821 werden uitgeroepen tot provincie van Spanje, is de strijd om de macht tussen de twee grootste eilanden (Tenerife en Gran Canaria) lange tijd hevig geweest.

In de nieuwe Spaanse grondwet van 1978 kregen de Canarische eilanden de status van autonome regio. In de praktijk betekent dit dat de archipel niet geheel onafhankelijk is van Spanje, maar dat het regionale bestuur grote vrijheid geniet met betrekking tot het afhandelen van interne eilandzaken.

In 1982 zagen de Canarische eilanden hun droom om autonoom te worden, eindelijk uitkomen. Santa Cruz de Tenerife (voor de westelijke eilanden) en Las Palmas (voor de oostelijke eilanden) leiden samen het bestuur. Las Palmas heeft de helft van de regionale bestuurlijke departementen, terwijl het parlement en de gouverneur worden aangewezen door Madrid. Het parlement, met 60 leden, komt altijd samen in Santa Cruz de Tenerife.

Gran Canaria, als het op twee na grootste eiland, heeft 15 leden in het Canarisch parlement, een orgaan dat, naast de wetgevende rol, de budgetten vaststelt van het eiland en vertegenwoordigers aanwijst om zaken die betrekking hebben op de Canarische eilanden, voor te leggen aan de betreffende instanties op het vasteland.

Elk van de Canarische eilanden heeft een Cabildo Insular (gemeentehuis), waardoor ze in zekere mate in staat zijn tot zelfbestuur en het uitvoeren van controle op lokale diensten. De eilanden zijn verder verdeeld in 77 municipios (gemeenten), waarvan er 21 te vinden zijn op Gran Canaria. Een alcalde (burgemeester) staat aan het hoofd van deze Canarische municipios.