00:33:58 vrijdag, 24 mei 2019

“Inwoners van de Canarische eilanden zijn als de gigantische berg El Teide: rustig als sneeuw van buiten en vuur in het hart…” (volksliedje).

Lang voordat de eerste Europeaanse schippers op de Canarische eilanden aankwamen, waren alle zeven eilanden al bewoond. Guanchen, “guan” (wat “man” betekent) en “che” (wat “witte berg” betekent, verwijzend naar de met sneeuw bedekte toppen van de berg El Teide op Tenerife) in de moedertaal, was de algemene naam die werd gegeven aan deze inwoners, hoewel alle eilanden eigenlijk hun eigen inheemse namen hebben. De mensen van Gran Canaria staan ook wel bekend als Canarios. Men denkt dat de Guanchen tussen de 5e en de 1e eeuw v. Chr. aankwamen op het eiland, waarschijnlijk vanuit Afrika. Volgens Spaanse historische overleveringen waren de Guanchen lang, sterk gebouwd, met een blanke huid, blauwe ogen en blond haar.

De Guanchen woonden in grotten, een logische ontwikkeling als we kijken naar het klimaat op de Canarische eilanden. Een grotwoning was de perfecte oplossing voor zowel de zomer als de winter. Het hield de mensen koel en warm tegelijk en het was ideaal voor opslagdoeleinden.

Maar hoe kwamen de Guanchen op de eilanden als er geen sporen zijn van Guancheboten? Niemand weet het eigenlijk zeker, maar mensen denken dat piraten ze daar achterlieten of ze waren gevangenen die door de Romeinen of Carthagers werden verbannen. Een andere theorie is dat ze vanuit Noord-Afrika op een bootje van riet zijn afgedreven.

Gebruiken en Gewoonten
Pueblo Canario
Mundo Aborigen

Hoewel de Guanchen leerden hoe zij hun manier van leven moesten aanpassen aan het rotsachtige landschap en in grotten of simpele hutjes woonden die gemaakt waren van steen, was hun beschaving niet in alles primitief: ze hadden een relatief goed ontwikkelde sociale structuur. Dit verschilde van eiland tot eiland, maar de meesten hadden een stammencultuur, die werd aangevoerd door een hoofdman die op zijn beurt weer werd geadviseerd door een raad van ouderen. Toen ze werden ontdekt door de Spanjaarden, was de inheemse bevolking ontwikkeld genoeg om aardewerk te gebruiken. Het hoofdvoedsel bestond uit melk, boter, geit, varken en fruit. De kleding bestond uit leren tunieken of vesten gemaakt van gevlochten biezen. Ze lieten alfabetachtige karakters en gravures en tekeningen achter op de rotsen, maar de betekenis hiervan blijft onduidelijk.

Vandaag de dag woont een gemiddelde van 517 mensen per vierkante kilometer op de Canarische eilanden, de hoogste bevolkingsdichtheid van de archipel en in heel Europa. Bijna de helft van de bevolking woont in de stad Las Palmas, een plek met een fantastische etnische mix en een sterk kosmopolitisch imago.

De inwoners was Gran Canaria zijn trotse, vriendelijke en relaxte mensen, waarvan de meerderheid afstammeling is van de Spaanse veroveraars, kolonisten en Guanchen. Over het algemeen zijn ze ruimdenkend, behulpzaam en laten ze bezoekers graag hun cultuur en hun eiland zien.

Omdat het lange tijd een brug is geweest tussen Europa en de continenten Amerika en Afrika, hebben veel mensen uit andere landen, met name koopvaardijgezinnen en zeelieden, zich al van vroegs af aan op de Canarische eilanden gevestigd. Hun nazaten zijn volledig geïntegreerd in het leven op het eiland, waar niemand hen de status ontkent van ware Canarios.

Bijna 96 procent van de inwoners van de Canarische eilanden is traditioneel rooms-katholiek, wat goed te merken is aan de religieuze feestdagen en vooral tijdens de Semana Santa (Heilige week), als er op het hele eiland uitgebreide vieringen plaatsvinden.