00:46:28 vrijdag, 24 mei 2019

Het grootste deel van de Canarische economie draait om de toeristenindustrie. Het toerisme betekent 80% van het bruto inkomen. Met een van de beste klimaten ter wereld, trekken de Canarische eilanden elk jaar miljoenen toeristen. Daarnaast zijn de lokale bewoners afhankelijk van de bananenindustrie, de export van andere landbouwproducten en nieuwe dienstverlening in het toerisme om geld te verdienen.

In de eeuwen na de Spaanse verovering, waren suiker en wijnmakerij de pijlers van de Canarische industrie. De suikerproductie op het eiland startte direct na de verovering met de import van suikerriet uit Madeira, maar halverwege de 16e eeuw kelderde de productie. Dit was te danken aan de sterke concurrentie van Brazilië en het Caribisch gebied, die veel goedkoper suiker produceerden. De industrie van de wijnmakerij, met een piek in de 16e eeuw, zakte aan het begin van de 18e eeuw volledig in door een sprinkhanenplaag en schimmelvorming, die de wijngaarden compleet vernietigden. Sindsdien heeft deze tak zich weer hersteld en zijn de wijnen van Gran Canaria, Lanzarote, La Palma en Tenerife weer erg populair.

Van 1830 tot 1870, toen de vraag naar karmijn als kleurstof voor voedingsmiddelen steeg, nam de productie van cochenille op alle eilanden een enorme vlucht. Hierdoor werd een betere toekomst in het vooruitzicht gesteld, vooral voor de armere bevolking. Maar helaas duurde deze droom niet lang. De ontwikkeling van synthetische kleurstoffen had een enorme impact en zorgde voor de ondergang van de cochenille-industrie.

De economie van de archipel werd echter gered rond 1850 met de introductie van de industriële verbouw van bananen op het eiland. De verbouw van fruit werd geleidelijk steeds belangrijker en bananen werden het belangrijkste exportproduct van het eiland, met een duidelijke piek aan het begin van de 20e eeuw. Maar weer was er sterke concurrentie die de buitenlandse export bedreigde, deze keer van Latijns-Amerikaanse landen. Overleven op de export van bananen alleen was hopeloos en de lokale boeren werden gedwongen om afwisseling aan te brengen door middel van de verbouw van tomaten, aardappels, andere groenten en exotisch fruit.

Vandaag de dag zijn de bananen die verkocht worden op de Spaanse markt beschermd tegen buitenlandse leveranciers, maar de verbouw van bananen is niet meer winstgevend door de hogere kosten en het tekort aan water. Tomaten worden op grote schaal verbouwd, met name voor de export tussen november en april. De afgelopen jaren heeft ook de kweek van bloemen en planten voor de export zich ontwikkeld tot een bloeiende branche.